Sovjettrip down memory lane

MINSK04

Beelden van oa Lenin en Stalin in de werkplaats van Zair Azgur (1908-1995) de bekendste Wit-Russische kunstenaar uit de Sovjet-tijd. Foto: Joyce van Belkom

Het Nederlands Elftal speelt zaterdag een cruciale wedstrijd in Wit-Rusland, ‘de laatste dictatuur van Europa’. Is het daar echt zo erg?

Door Dieter van den Bergh

(Minsk, augustus 2017) Hoe treed je een ‘dictatuur’ binnen? Precies zoals je het verwacht. Met ellenlange wachtrijen bij de douane en nukkig machtsvertoon. Met een groteske loep wordt het paspoort van iedere reiziger aan een minutieuze controle onderworpen: alsof je enorm veel moeite zou doen om dit land illegaal te betreden.
‘De laatste dictatuur van Europa’ wordt Wit-Rusland, alias Belarus, wel genoemd (zie kader onder). Maar bij binnenkomst schittert ook meteen de andere kant van de democratische medaille: Minsk is ongetwijfeld de schoonste hoofdstad van Europa. Van de straten kun je eten, de stad is niet dicht geslipt met auto’s – files zijn een zeldzaamheid -, en graffiti is er nauwelijks. Naar rafelranden is het hier ver zoeken. Gespuis wordt netjes uit het centrum geveegd, richting buitenwijk.

MINSK03

parlement aan het Independent Square. Foto: Joyce van Belkom

Regels zijn er in Minsk om strikt na te leven: voor het stoplicht wacht je tot het al even op groen staat, roken doe je in de daarvoor uitgestippelde vierkanten op de stoep. Wie zich aan de regels houdt, heeft weinig te vrezen, ook de westerling niet.

,,Minsk is een prachtige stad”, verzucht Alexandr, de verhuurder van ons appartement, ,,maar helaas zonder toeristen”. Westerlingen durven (nog) niet of moeten op een ingewikkelde manier een visum aanvragen. Maar er lijkt nu iets te veranderen. Sinds begin van dit jaar is het mogelijk het eigengereide land – met het vliegtuig – vijf dagen zonder visum te bezoeken. De toeristenbranche, voor zover aanwezig, heeft al haar hoop gevestigd op het visumvrije reizen.
MINSK09

CCCP mozaiek bij de ingang van het Metrostation Oktyabrskaya. Onder een gedenkteken voor de slachtoffers van de aanslag die hier in april 2011 werd gepleegd. Foto: Joyce van Belkom

In Minsk is het voor een paar dagen prettig én veilig (ver)toeven. De stad is niet alleen spotgoedkoop – een metrokaartje kost 20 cent, dineren pakweg 7 euro – maar voor een metropool ook ongekend rustiek en groen. Uitgestrekte parken zijn er in overvloed. Wie de tractors door het centrum ziet karren, waant zich in een provinciestad, niet in een metropool van 2 miljoen inwoners. Schreeuwerige (neon)reclame ontbreekt, daarvoor in de plaats straten vol wapperende Wit-Russische vlaggen.
Wie van echte historie houdt, heeft hier niet veel te zoeken: behalve wat kerken en een stukje oude stad bleef er na de oorlog weinig over van Minsk. De stad herrees in strak communistische stijl: met grootse parken, brede, ellenlange boulevards, witte flatblokken en groteske gebouwen.

Waar ze in de rest van het Oostblok nog een zeldzaamheid zijn zie je ze hier nog volop: de hamers en sikkels en andere verwijzingen naar de ‘CCCP’. Bijvoorbeeld op het statige postkantoor aan de Onafhankelijkheidsboulevard, of bij de ingang van metrostation Oktyabrskaya.
Een hoogtepunt qua stalinistische architectuur zijn de exotische ‘twin towers’, twee hoge gebouwen die vanaf het station de poort naar de stad vormen. Meest bevreemdende gebouw van de stad: de 73 meter hoge National Library of Belarus, die nog het meeste weg heeft van een gigantische dobbelsteen of diamant. Pas gebouwd in 2006, maar compleet in communistische stijl.

MINSK14

De nationale bibliotheek. Foto: Joyce van Belkom

Russische toeristen
President Alexandr Loekasjenko is geen ‘dictator’ die zichzelf verheerlijkt met standbeelden. Daarvoor in de plaats heeft hij Lenin en andere heroïsche handlangers. Waar ze elders werden omgehaald staan de ‘foute’ beelden hier nog fier overeind. De meest groteske Lenin staat op het immens lege Onafhankelijksplein, voor het surrealistisch, levenloze parlementsgebouw. Paraderende bewakers moeten ervoor zorgen dat je vooral niet gaat zitten op de stoep ervoor. Voor het beeld loopt een groepje fotograferende jongeren uit Rusland, de grote broer waar Belarus zich in 1991 van afscheidde. Ze mogen wel visumvrij reizen en komen speciaal naar Minsk voor een nostalgische Sovjettrip down memory lane. Zo’n grote Lenin is zelfs in Rusland zeldzaam.
MINSK01

Standbeeld van Lenin voor het parlement. Foto: Joyce van Belkom



Langs het ‘Leninplein’ scheert de ader van de stad: de twaalf kilometer lange Praspiekt Niezaliežnasci, de Onafhankelijkheidsboulevard, soms wel acht banen breed. Hier – op nummer 17 – ligt ook het hoofdkwartier van de KGB. Het pompeuze neoclassicistische gebouw met Griekse zuilen wordt ook gewoon als zodanig aangeduid op Google Maps. Streng verboden te fotograferen. Staat nergens, maar ,,iedereen weet dat”, aldus onze gids. ,,Dus dat doe je niet.”
MINSK13

 Het gebouw van de KGB, de geheime dienst van Wit-Rusland. Foto: Joyce van Belkom

Schuin tegenover de KGB in een parkje prijkt op een sokkel een trotse oud-KGB-baas Feliks Dzerzjinski, verantwoordelijk voor vele duizenden doden. Zelfs in Rusland allang uit het straatbeeld verwijderd. 

Maar Minsk bleef niet verstoken van ‘hedonistische’ westerse invloeden: integendeel. Aan hippe nachtclubs en luxe sushirestaurants geen gebrek, en bij de alom aanwezige McDonalds en KFC’s is het dringen geblazen. De drukste KFC zit op een bizarre plek: verscholen onder een gigantisch Sovjetmonument. Aan de overkant van de weg ligt het Loshytsa Riverside Park, dé romantische paradeerplek van de stad.
MINSK12

Sovjet relief bovenop de lokale KFC. Foto: Joyce van Belkom

‘Fout’ museum
Vlakbij het Gorky-park, zoals in veel landen in de voormalige Sovjet-Unie een amusementspark met ouderwetse attracties, is een curieus museumpje ingericht. Het is het voormalige werkatelier van beeldhouwer Zair Azgur (1908-1995) die voor de hele Sovjet-Unie standbeelden maakte: meer dan duizend.

Het atelier vol met beelden – bronzen en gipsen mallen, 434 om precies te zijn. Van socialisten als Lenin, Stalin, Marx, Engels, Mao Zedong en Kim Il-sung tot partizanen, KGB’ers en andere geheim agenten. Zeventiger Nathalie leidt ons, waarschijnlijk de enige bezoekers van vandaag, rond. ,,Viel menschen sehr schlecht”, zegt ze in haar beste Duits dat ze ooit op school leerde. “Lenin en Stalin, sehr schlecht. Maar dit is onze geschiedenis he.” Maar er staan ook goeie tussen hoor, zegt Natalia, wijzend op Churchill. Zelf staat ze er ook tussen. Gescout als tiener, bloost ze.
MINSK16

 Jongetje poseert voor het oorlogsmuseum. Foto: Joyce van Belkom

Souvenirs
Op de zwarte markt in een buitenwijk van Minsk worden we weer terug geworpen in de kille Wit-Russische werkelijkheid. We kopen we een fraai shirt, met een ooievaar en een Wit-Russische tekst. Wat er staat? Op zijn telefoon tikt de verkoper Google translate in, maar stopt dan zijn telefoon plots weer weg. “Iets met vrijheid”.

Bij de kraam ernaast ontstaat onder een groepje jongeren lichte consternatie. ,,Ik zou ‘m niet aandoen”, zegt een jongen. ,,Good shirt, but dangerous”, zegt een ander. ,,Het is van de oppositie. Daarvoor kom je in de gevangenis.” Wat staat er dan op? ,,Iets met vrijheid.” We vragen het later aan onze verhuurder en gids Alexandr. Zijn vertaling: ‘Wit-Rusland is een land waar je gratis mag wonen.’

MINSK08

Waterfietsen in de stad op de rivier de Svislotsj. Foto: Joyce van Belkom

Pas in Vilnius, Litouwen, ‘veilig’ in de Europese Unie,  durven we het shirt weer tevoorschijn te halen. Wat er op staat? Een Wit-Russische medepassagier in de trein durft het nu wel te zeggen. “Belarus, land of freedom. Het is ironisch.”

Andere souvenirs zijn voor een habbekrats te koop tegenover het Great Patriotic War Museum, bij Hotel Planeta, ingericht in Sovjetstijl, en waar Bill Clinton het in 1994 goed naar z’n zin had, getuige een officiële brief aan de muur. In de lobby staan stoffige vitrines vol Stalin, Lenin, hamers en sikkels en andere Sovjetpropaganda. Of het serieus bedoeld is of een gimmick is niet helemaal onduidelijk.
 
MINSK17

Metrostation in Minsk. Foto: Joyce van Belkom

‘Liever dictator, dan homo’

Sinds 1994 staat Aleksandr Loekasjenko (1954) aan het hoofd van wat de ‘de laatste dictatuur van Europa’ wordt genoemd. Kritiek op zijn regime wordt niet gewaardeerd, de verkiezingen wint hij steevast met ruime meerderheid. Zelf lijkt er niet mee te zitten:  ‘Liever dictator, dan homo’, zei hij eens. Wit-Rusland (of Belarus) is cultureel en ideologisch nog deels op communistische Sovjetleest geschoeid, maar vooral economisch: staatsbedrijven zijn er nog zeer belangrijk.
Net als de geheime dienst KGB, die hier nog gewoon KGB heet, en nog op iedere straathoek schuilt, zo fluistert men. Wit-Rusland is ook het enige land in Europa waar de doodstraf nog bestaat. Vorig jaar nog werden er zeker vier mensen geëxecuteerd.
MINSK11

Architectuur bij het station. Foto: Joyce van Belkom

 

INFO
Het Wit-Russische Belavia vliegt van Amsterdam naar Minsk. Een retourtje kost tussen de 250 en 450 euro. Sinds het begin van dit jaar kun je Minsk vijf dagen visumvrij (inclusief de reisdagen) bezoeken als je op het vliegveld van Minsk vliegt en daar vandaan weer terugreist. Aan de grens moet je dan wel voor een Wit-Russische ziekteverzekering kopen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s